Een doppelbock is een zware, moutige Duitse lager van 7 tot 10% alcohol en 16 tot 26 IBU, van goud tot donkerbruin. Münchener mout geeft tonen van brood, karamel en donker fruit, met weinig hop. De Paulaner-monniken brouwden het als "vloeibaar brood" voor de vastentijd; hun Salvator begon de traditie van namen op -ator.
De Doppelbock is het zwaargewicht onder de Duitse ondergistende bieren: een diep moutig, bijna broodachtig lagerbier dat ooit door monniken werd gebrouwen als "vloeibaar brood" voor de vastentijd. Met een OG van 1.092 en bijna 10% alcohol is dit een krachtig maar strak verfijnd winterbier waarin de mout alle ruimte krijgt.
Voor de brouwer die durft door te pakken
Dit is geen bier voor een snelle doordeweekse batch. Een Doppelbock vraagt om een flinke, vitale gistgift, een koele en geduldige gisting en vooral om lange, koude lagering. Wie die tijd neemt, wordt beloond met een van de meest indrukwekkende bieren die je thuis kunt maken: rond, warmend en verrassend gestroomlijnd voor zijn zwaarte. Ideaal als je toe bent aan een uitdaging voorbij de doorsnee blond of tripel.
De ingredienten: de keuzes achter dit recept
Het hart van deze Doppelbock zijn de twee Munchener-mouten, samen goed voor iets meer dan de helft van de stort. Zij leveren de typische melanoïdine-diepte: brood, biscuit en een warme, geroosterde ronding zonder scherpte. De pilsmout houdt het geheel vergistbaar en fris, terwijl een klein aandeel Caramel 120 zorgt voor de rozijn- en karameltonen en de EBC van bijna 31 richting dat mooie diepe amber-koper duwt. Bewust géén geroosterde mout: dat zou het zachte, moutzoete karakter van de stijl breken. De hop — nobele Hallertau — is puur ondersteunend; met slechts 21 IBU speelt de bittering hier een bijrol, niet de hoofdrol. De gist Fermentis W-34/70 is een klassieke ondergistende lagerstam die bij 12–18°C schoon en neutraal uitgist en de mout laat spreken. Wil je de moutbalans naar eigen smaak fijnregelen, dan stel je die gram-precies samen met de MoutMixer.
Brouwtip — gistgift: bij een OG van 1.092 heb je flink wat gezonde gist nodig. Reken op ruim het dubbele van een normale batch (of maak een starter) en houd de gisttemperatuur laag en stabiel; te weinig gist of een te warme gisting geeft fusel en een scherpe alcoholtoon.
Smaakprofiel
Aroma: rijk moutig met brood, toast en karamel, tonen van rozijn en gedroogd steenfruit, nauwelijks hop, geen roosterbitter. Smaak: vol en moutzoet met een melanoïdine-diepte, subtiele karamel en een lichte donkerfruitige laag; de bittering is er alleen om de zoetheid in balans te houden. Mondgevoel: zwaar en zijdezacht dankzij de FG van 1.017, met een warmende maar keurig verpakte alcohol en een lange, moutige afdronk.
Veelgestelde vragen
Waarom gist dit bier zo koud?
W-34/70 is een ondergistende lagergist die op 12–18°C zijn schoonste, meest neutrale profiel geeft. Die koele gisting houdt storende esters en fusels weg, zodat de mout centraal staat.
Hoe lang moet een Doppelbock lageren?
Na de hoofdgisting is koude lagering essentieel: reken op enkele weken tot liefst een paar maanden vlak boven het vriespunt. Dat maakt het bier ronder, helderder en beter geïntegreerd.
Kan ik zonder decoctie een goede Doppelbock brouwen?
Ja. Traditioneel wordt met decoctie gewerkt, maar het meerstaps-maischschema in dit recept (met eiwit-, maltose- en versuikeringsrust) bouwt op moderne wijze dezelfde moutdiepte en vergistbaarheid op.
Hoe carbonateer ik dit zware bier?
Mik op zo'n 2,3 volumes CO2: genoeg prik om het bier levendig te houden, maar niet zo veel dat de zachte moutzoetheid wegvalt. Geef bij het bottelen extra tijd, want zware bieren hercarbonateren traag.