Rauchbier is de rokerige lagerklassieker uit Franken, waar mout boven beukenhout wordt gedroogd. Dit recept legt met een volledig Münchener basis het moutige, amberkleurige fundament waarop die kenmerkende rook rust.
Voor wie is dit bier?
Een bier voor brouwers die van karaktervolle, eigenzinnige stijlen houden. Rauchbier polariseert — de een proeft spek en kampvuur, de ander wordt meteen verliefd — maar het is bovenal een historisch Duits ondergistend bier met diepgang. Met een OG van 1.054 en 5.8% ABV zit het op Märzen-sterkte: stevig genoeg om te lageren, maar nog altijd prima drinkbaar bij het eten. Ideaal als je Beiers amberbier al kent en toe bent aan meer complexiteit.
De ingrediënten: de keuzes achter dit recept
De ruggengraat is Münchener mout, honderd procent — een broodachtige, licht getoaste basismout die het bier zijn amberkleur (EBC rond 19) en volle moutlichaam geeft. De bittering is bewust ingetogen: Tettnanger, een edele Duitse hop, houdt de IBU op zo'n 25 en laat de mout de hoofdrol spelen, met slechts een kruidig-bloemige ondertoon. Je vergist met Fermentis W-34/70, de beroemde Weihenstephan-lagergist die schoon en neutraal werkt, zodat mout en rook alle ruimte krijgen. De rook zelf — de naamgever van de stijl — komt van beukenhout-gerookte Rauchmalt; wil je die klassieke Bamberger toets, stel dan je moutmix met een aandeel Rauchmalt tot op de gram nauwkeurig samen met de MoutMixer.
Brouwtip — koud vergisten en lageren: Start de gisting aan de lage kant (rond 12°C) voor een schoon lagerprofiel, geef daarna een diacetylrust van een paar dagen op kamertemperatuur en lager het bier vervolgens enkele weken zo koud mogelijk. Pas dan valt de rooktoon rond en fluweelzacht op zijn plek.
Smaakprofiel
Aroma: vol en broodachtig met een melanoïdine-rijke moutdiepte en toast, en — bij toegevoegde Rauchmalt — een warme rook van houtvuur en gerookt vlees. Smaak: moutig-zoet fundament met een broodachtige, licht getoaste moutrijkdom, een schone, kruidige hopbalans en een hartige, rokerige nagalm die nooit mag domineren. Mondgevoel: middelvol, met zacht koolzuur (2.4 vol) en een droge, uitnodigende afdronk dankzij een FG rond 1.010 en 82% vergisting.
Veelgestelde vragen
Waar komt de rook in een Rauchbier vandaan?
Van Rauchmalt: mout die boven een beukenhoutvuur is gedroogd. De Münchener basis in dit recept vormt het traditionele fundament; voor de rook voeg je gerookte mout toe.
Hoeveel gerookte mout moet ik toevoegen?
Voor een subtiele hint volstaat zo'n 20 tot 30% Rauchmalt; wil je de intense Bamberger stijl, ga dan richting 50% of meer. De rest blijft Münchener.
Waarom een ondergistende lagergist?
Rauchbier is van oorsprong een lager. W-34/70 vergist schoon en neutraal, zodat mout en rook op de voorgrond blijven in plaats van fruitige gistesters.
Kan ik dit ook zonder rook brouwen?
Zeker. Met 100% Münchener zoals in de card krijg je een moutig, amberkleurig Beiers lagerbier in Märzen-stijl — een prima bier op zichzelf.